November 26, 2023
De blasfemiewetgeving in Pakistan, die nu al de doodstraf kan betekenen voor degenen die beschuldigd worden van het beledigen van de islam of de profeet Mohammed, kan voortaan ook worden gebruikt om mensen te bestraffen die personen beledigen die met hem in verband worden gebracht.
Degenen die veroordeeld worden voor het beledigen van de vrouwen, metgezellen of naaste familieleden van de profeet Mohammed riskeren nu 10 jaar gevangenisstraf, die kan worden verlengd tot levenslang, en een boete van 1 miljoen roepies (ongeveer €3.000). Daarnaast wordt blasfemie een misdrijf waarvoor geen borgtocht mogelijk is.
Deze maatregel, die in januari 2023 door het Pakistaanse parlement werd aangenomen om de al zeer strenge blasfemiewetten verder aan te scherpen, heeft tot bezorgdheid geleid bij mensenrechtenorganisaties. Zij vrezen dat dit zal leiden tot een toename van vervolging, vooral van religieuze minderheden zoals christenen. De blasfemiewetten worden immers vaak misbruikt om persoonlijke vetes uit te vechten of om minderheden te onderdrukken.
In juni 2023 werd vervolgens een akkoord ondertekend door minister van Binnenlandse Zaken Rana Sanaullah met de extremistische religieuze partij Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP). Dit 12-puntenakkoord stelt onder meer voor om sectie 7 van de Antiterrorismewet (ATA) toe te passen op personen die veroordeeld zijn voor het lasteren van de profeet Mohammed, naast andere bepalingen uit het strafwetboek.
De mogelijke toevoeging van terrorismebeschuldigingen maakt verdachten van blasfemie nog kwetsbaarder.De Pakistaanse regering blijft buigen voor de druk van Tehreek-e-Labbaik (TLP), die een 25 dagen durende mars vanuit Karachi had gelanceerd met als eis strengere straffen en versnelde rechtszaken tegen mensen die van blasfemie worden beschuldigd.
Oorsprong en toepassing van de godslasteringswet
De wortels van de blasfemiewetgeving in Pakistan gaan terug tot wetgeving uit de koloniale tijd, maar deze werd aanzienlijk uitgebreid en aangescherpt tijdens het bewind van generaal Zia-ul-Haq in de jaren 1980.
Hoewel de wet oorspronkelijk bedoeld was om religieuze gevoeligheden te beschermen, wordt zij steeds vaker misbruikt om religieuze minderheden te vervolgen, in het bijzonder christenen, hindoes en zelfs islamitische stromingen zoals de Ahmadiyya-gemeenschap.

